Categorieën
Vandaag :Vandaag jeugd:
Vandaag niets op de jeugdagenda

Swindelen 4

Omdat vanavond het seizoen 2022-2023 met de ALV van start gaat hieronder, een dag eerder dan aangekondigd, het vierde en laatste artikel over de kunst van het swindelen. In deze handout van de training, in het vorig seizoen voorafgaand aan de rapid, wordt nader ingegaan op de ‘drie vragen techniek’ en welke soorten swindels goed werken bij een specifieke gemoedstoestand van de tegenstander.

 

Wanneer je op basis van voorgaande vastbesloten bent zo goed mogelijk gebruik te maken van je defensieve mogelijkheden maar niet goed weet hoe, komt de techniek van de ‘drie vragen’ van pas.

 

  1. DE ‘DRIE VRAGEN TECHNIEK’

De drie vragen zijn:

  1. Wat is mijn tegenstander van plan?
    Dit kan inzicht geven in de instelling die de tegenstander heeft. Mogelijk ook inzicht in welke zwaktes uit te buiten zijn. Is er sprake van controledwang, de stelling rustig uitspelen? Wil de tegenstander het ‘mooi doen’? Dan is er misschien sprake van overmoed. Of snel klaar zijn: ongeduld.
  2. Hoe gaat mijn tegenstander dat plan uitvoeren?
    De tweede vraag gaat over de details van de strategie van de tegenstander en geeft handvatten om dat plan te frustreren.
  3. Wat is er goed aan mijn stelling?
    De eerste twee vragen geven inzicht in wat er in het hoofd van de tegenstander zou kunnen omgaan. Maar een swindel is meer dan alleen het zoeken naar de zwakke punten van de tegenstander. We moeten ook de eigen sterke punten weten.

Eerste voorbeeld:

 

Nog een voorbeeld van het zoeken naar een verdediging met behulp van de drie vragen.

 

De derde vraag is nuttig omdat je ermee kunt bekijken wat je zou kunnen helpen, hoe slecht je stelling ook is. Het kan van alles zijn, bijvoorbeeld:

  • De koning van de tegenstander staat slecht.
  • Je stukken staan actiever.
  • Je bent aan de ene kant van het bord beter ontwikkeld, dan val je daar aan.
  • Je kunt koersen op een theoretisch remise-eindspel.
  • Is er in het eindspel een mogelijkheid voor een vesting?
  • Als je stukken ‘vast’ staan, is er een mogelijkheid op pat?

Kijk daarom niet naar hoe je tegenstander gaat winnen maar steek je energie in het zoeken naar een val die je kunt stellen op de zet die je verwacht. Vraag jezelf af welke zet je zelf het vervelendst zou vinden om tegen te spelen. Horowitz en Reinfeld onderscheiden een maximaal en een minimaal doel van een swindel. Het maximale doel is het omzetten van verlies in winst. Wat je in ieder geval minimaal moet doen is het de tegenstander zo lastig mogelijk maken, te compliceren, obscure varianten te kiezen en de tegenstander aan het twijfelen te brengen over de beoordeling van de stelling. Laat merken dat je niet van plan bent het bijltje er zo maar bij neer te gooien.

 

DE GEREEDSCHAPSKIST

De vorige keren zijn de gemoedstoestanden waar volgens Smerdon gebruik van gemaakt kan worden om te swindelen zijn aan de orde gekomen. Recapitulerend: ongeduld, overmoed, angst en controledwang. Elke zwakte heeft zo zijn eigen soort val die de meeste kans van slagen heeft:

  1. Het Trojaans paard (Smerdon: Trojan Horse)  werkt bij ongeduld
  2. Het lokaas (Smerdon: Decoy Trap) werkt bij overmoed
  3. De woeste aanval (Smerdon: Berserk Attack)  werkt bij angst
  4. Het geitenpaadje (Smerdon: Window-Ledging) werkt bij controledwang

Belangrijk hierbij is de tegenstander te ‘lezen’, in welke gemoedstoestand verkeert hij (of zij)? Hoe interessant ook, er is nu geen gelegenheid daar dieper op in te gaan.

Hierna van elk een korte toelichting en voorbeeld.

 

1. HET TROJAANS PAARD

Het doel van de swindelaar is de tegenstander te verleiden een blunder te maken. Dat kan door te frustreren, te compliceren, door te gaan tot het uiterste, hem uit zijn normale gedachtegang te halen. Als er sprake is van ‘ongeduld’ is het beter juist te geven wat hij wil, met hem mee te gaan en te verleiden tot een ogenschijnlijk snelle, maar foutieve, afwikkeling.

 

2. HET LOKAAS

Deze val werkt het beste bij een tegenstander die leidt aan ‘overmoed’. De swindelaar speelt een zet die een overduidelijke dreiging heeft maar op het eerste gezicht makkelijk te pareren is. Het ‘lokaas’ heeft echter een diepere laag die door de ogenschijnlijke dreiging makkelijk over het hoofd te zien is. Wanneer de tegenstander overmoedig is en denkt dat het nu wel gauw uit is is vatbaar voor dit soort swindel.

 

Een ander voorbeeld:

 

Analyse

Wat zou er gebeuren als wit het mat met 59. Pxd6 had opgeheven?

 

Hoe kan wit wel winnen?

 

3. DE WOESTE AANVAL

Wanneer je een verloren stelling hebt maakt het niet meer uit wat je doet. Wanneer de tegenstander voorzichtig speelt en je de indruk hebt dat hij bang is fouten te maken is het in dat geval goed om helemaal los te gaan en alles op de aanval te zetten. Er is toch niets meer te verliezen.

Anderzijds is het vaak verstandig niet direct alle kaarten op tafel te leggen maar ze nog even tegen de borst te houden en zo niet opzichtig te laten zien wat je van plan bent.

Voorbeeld:

 

4. HET GEITENPAADJE

De tegenstander koerst langzaam maar zeker af op de overwinning, heeft alles onder controle. Wat dan nodig is is het aantal mogelijkheden te vergroten. Verander de stelling zo dat beide partijen fouten kunnen maken. Maak het de tegenstander zo moeilijk mogelijk om uit de vele mogelijkheden de juiste weg te vinden. Creëer zoveel chaos dat er veel te kiezen is. Zoek zelf naar het smalle pad uit de chaos die gecreëerd is.

Zoals Tal het formuleerde: ‘Lok je tegenstander mee, diep een donker bos in waar twee plus twee vijf is en de weg naar buiten maar net breed genoeg is voor één persoon.’

Het opzetten van deze val kan vooral effectief zijn wanneer de tegenstander in tijdnood is. Elke zet moet dan zo nauwkeurig mogelijk zijn maar de kans op fouten is groot.

 

Geraadpleegde boeken

Smerdon, David The Complete Chess Swindler New in Chess 2020
Smerdon vindt dat swindelen te trainen is. In dit boek probeert hij de techniek van het swindelen te vangen. Zeer lezenswaardig en amusant!
Soltis, Andrew How to Swindle in Chess Batsford 2020
Soltis probeert ook het hoe van het swindelen inzichtelijk te maken maar doet dat minder systematisch dan Smerdon.

Opvallend dat beide boeken bij verschillende uitgevers vrijwel gelijk zijn uitgegeven. Er is overlap in partijen maar niet veel zodat de boeken elkaar goed aanvullen.

 

Een greep uit andere boeken over en met swindels:

Horowitz, I. & Reinfeld, F. Chess Traps Pitfalls Swindles Simon & Schuster 1954
Mortazavi, Ali The Fine Art of Swindling Cadogan Chess 1996
Neiman, Emmanuel The Magnus Method New in Chess 2021
Delft, Merijn van & Boel, Peter Chess Buccaneer New in Chess 2021

 

 

Delen