Categorieën
Vandaag :Vandaag jeugd:
Vandaag niets op de jeugdagenda

Swindelen 3

In dit derde deel iets over de mentale instelling die de swindelaar nodig heeft en de eerste drie elementen van hoe swindelen te trainen is.

 

De mentale instelling van de swindelaar

Hiervoor hebben we het gehad over de mentale instelling van de beswindelde en de zwaktes waarvan geprofiteerd kan worden. Welke kracht kan de swindelaar daar tegenover stellen? Het meest belangrijke is dat de swindelaar een meer dan gruwelijke hekel aan verliezen heeft.
Dat hebben we allemaal maar sommigen van ons meer dan anderen.

Twee eigenschappen springen in het oog:

  1. Lef
  2. Optimisme

1. LEF

Lef heeft ook passie en vasthoudendheid nodig. Niet opgeven wanneer de stelling hopeloos lijkt. Zoeken naar mogelijkheden om een saaie stelling nieuw leven in te blazen. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze persoonlijkheidstrek een goede graadmeter is voor het voorspellen van succes. In het schaken betekent dat: lef redt punten.

Een voorbeeld van vasthoudendheid:

Deze stelling is ontstaan na 77 zetten. Het is mat in 15 zetten, zegt de computer maar als mens hebben we daar niet veel aan. Het lukt wit maar niet het juiste plan te vinden. Dat frustreert steeds meer en wit mist meerdere keren de winst. Zwart maakt daarvan optimaal gebruik en gebruikt patmotieven om een half punt te redden.

 

Op de 103e zet stelt zwart een laatste val:

 

 2. OPTIMISME

Optimisme is een essentieel wapen in het arsenaal van de swindelaar. Het dient twee doelen. Ten eerste is het veel gemakkelijker lef en vasthoudendheid te tonen als je erin gelooft dat je kansen op succes goed zijn. En ten tweede is een optimistische houding niet bevorderlijk voor de gemoedstoestand van de tegenstander die verwacht dat je wel snel zult opgeven. Wat de swindelaar wil bereiken is dat de tegenstander aan zichzelf gaat twijfelen (‘heb ik alles wel gezien’). Niet goed voor de concentratie, ongeduld en overmoed liggen op de loer. Nederlands voorbeeld: Manuel Bosboom die erom bekend staat zetten te spelen alsof ze de meest briljante zijn, hoeveel hij ook achter staat. Lees zijn biografie ‘Chess Buccaneer’, geschreven door Merijn van Delft en Peter Boel.

Wie zou na vier zetten niet de neiging hebben om op te geven? Deze partij laat zien dat optimisme kan lonen. Zeker in combinatie met swindelkwaliteiten.

 

Training van het swindelen

Lef en optimisme zijn dus belangrijke factoren. Aan de hoeveelheid talent kunnen we, net als aan de hoogte van het IQ, maar weinig veranderen. Persoonlijkheidstrekken zoals vasthoudendheid en positiviteit zijn wel degelijk te ontwikkelen. Er zijn trucs die we tijdens een partij kunnen toepassen om meer lef te hebben en optimistischer te zijn. Of dat in ieder geval naar de tegenstander uit te stralen.

Vier elementen:

  1. Opnieuw beginnen
  2. De wonderen zijn de wereld nog niet uit
  3. De theorie van de ‘oneindige weerstand’
  4. De ‘drie vragen techniek’

 

1. OPNIEUW BEGINNEN

Als je compleet verloren staat is de verleiding om o; te geven en er maar vanaf te zijn groot. Dat is het moment waarop je tegen jezelf moet zeggen dat de verwachting is dat je een nul gaat scoren. Maar alles wat het meer is, is winst. Bekijk het van de optimistische kant! Al is het alleen maar het genoegen om je tegenstander te zien zweten omdat er nog gespeeld moet worden. Of om gekke zetten te spelen omdat je toch niets te verliezen hebt. Geniet van het feit dat het toch niet uitmaakt wat je speelt.

In het laatste voorbeeld is 5. b4! een lekkere zet om te spelen, 12. Lxh7 ook. Een verloren stelling en doorklooien.

Belangrijk is te beseffen dat er niets meer op het spel staat. Het is vaak voorgekomen dat spelers zelfs in gewonnen stellingen hebben opgegeven omdat ze er niet meer in geloofden en in gedachten al opgegeven hadden. Naast heel veel ander vermakelijks heeft Tim Krabbé heeft er 35 op zijn website staan: https://timkr.home.xs4all.nl/chess2/resigntxt.htm

De belangrijke les is dat wanneer je ervan overtuigd bent dat je gaat verliezen ben je niet langer gemotiveerd om naar een eventuele verdediging te kijken. Daardoor kun je mogelijkheden voor een succesvolle swindel over het hoofd zien. Om te onthouden: er is (bijna) altijd wel een mogelijkheid om te swindelen of het je tegenstander op zijn minst zo moeilijk mogelijk te maken.

Dit voorbeeld, een partij tussen twee van de sterkste rapidspelers van de wereld, is een mooi voorbeeld van een gemiste mogelijkheid voor een swindel.

 

 2. DE WONDEREN ZIJN DE WERELD NOG NIET UIT

Als de stelling er uitzichtloos uitziet bedenk dan dat de meest fantastische swindel enkel en alleen maar kan in een in een hopeloze stelling! Het is nu eenmaal zo dat wanneer je verloren stellingen opgeeft je nooit meer zult scoren dan nul punten.

 

3. DE  THEORIE VAN DE ONEINDIGE WEERSTAND

Deze theorie, van de Australische FM Bill Jordan, stelt:

In de meeste stellingen waarin je een beslissend nadeel hebt zul je niet verliezen wanneer je op elke volgende zet de meest lastigste zetten speelt.

Dit gaat niet persé over swindelen maar benadrukt dat, zoals Lasker zei, niets moeilijker is dan het winnen van een gewonnen stelling.

Delen