Categorieën

Komkommertijd

.

Bij het doorbladeren van oude jaargangen van ons clubblad Eeuwig Schaak ontdekte ik dat rond 1990 er een aantal leden waren die hele interessante artikelen over schaken konden schrijven.
Één van hen is Jos Lohman. In het augustus 1989 nummer van Eeuwig Schaak, dus midden in de komkommertijd, kwam hij met een aantal limericks, natuurlijk over schaken, op de proppen. Het is niet duidelijk of het zijn eigen dichtsels zijn of dat hij de limericks ontleend heeft.

Daar gaan we:

Er was eens een schaker in Wenen,
die wilde het vluggeren trainen.
Hij ging zo snel schaken
dat al zijn vingers braken.
Nu probeert hij het maar met zijn tenen.

’n Tweederangs schaker uit Schagen,
zat steeds om remise te vragen.
En toen hij toch nog won,
ofschoon dat niet kon,
begon-ie toch nog te klagen.

Er was eens een schaker in Gieten,
die speelde steeds damegambieten.
Toen zijn Klaartje dat vernam,
zei ze rillerig en klam:
“zit die schurk nu toch weer achter de grieten”.

en hier over de broer van de schurk:

’s Mans broer, die pastoor was in Vorden
-een man dus van heel andere orde-
sprak:”zo frivool speel ik niet.
Alleen het geweigerd gambiet.
Daarom ben ik ook pastoor geworden”.

’n Rijswijkse man, zo’n heel rijke,
vond alles zo kleurloos gaan lijken.
Z’n arts zei hem:”speel schaak!”
en meteen was het raak.
Hij is ’t weer zwart-wit gaan bekijken.

’n Belgische man in Tubize
die speelde al jaren remise.
Toen won hij een keer,
en wat zei die meneer?
“Nu wil ik ook leren verliezen”.

De schaakkampioen uit Vianen
was ook met vrouwen ’n heel spontane.
Hij had er wel vier
en enorm veel plezier
als hij weer eens ging simultanen.

In Coronatijd moesten we een tijdje via internet schaken. Dat was wel minder leuk dan spelen aan het bord. Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel:
’n Haarlemmer, steeds als een toeter,
speelde nooit zonder gefoeter.
De club werd hem zat.
Gaf ’n trap voor zijn gat.
Nu vloekt hij thuis bij een computer.

De jaargangen van Eeuwig Schaak zijn in te zien via de sectie Historie op onze website.

Delen
  •  
  •  
  •