Vandaag :
♔ niets op de agenda
Vandaag jeugd:
Vandaag niets op de jeugdagenda

roha

Heel Holland bakt addendum

De cartoons van Fokke en Sukke zijn vrijelijk via internet in te zien. De cartoon waar Kees Kerkdijk het over heeft is hier te zien.

Een daaraan voorafgaande cartoon, eveneens gelinkt aan de controverse rond Hans Niemann, zie je hier.

The Queen is dead, long live the king

Het overlijden van Queen Elizabeth II heeft de laatste week de gemoederen wereldwijd bezig gehouden. Zo ook het bestijgen van de troon door haar oudste zoon, King Charles II. Dat moet natuurlijk Charles III zijn. Maar de verschrijving is opzettelijk, voor dit verhaal komt het beter uit als het gaat om de tweede, zal later blijken.

Het ligt voor de hand deze gebeurtenis ook eens vanuit schaakperspectief te bekijken. Dat doe ik aan de hand van een drietal fragmenten.

De lange reis van Schotland naar Londen

 

De lange weg naar het koningschap

Charles heeft als Prins van Wales lang moeten wachten tot hij zijn moeder kon opvolgen. Om zijn lange route naar het koningschap op het schaakbord weer te geven ligt deze koningsmars voor de hand.

 

De kroning van de koning

Voordat Charles tot het koningschap werd geroepen besteedt hij veel van zijn tijd aan activiteiten die met het klimaat en milieu te maken hebben. Daar zal hij nu veel minder tijd voor hebben. Deze ommekeer in zijn leven wordt in dit probleem goed geïllustreerd.

Al eerder heb ik dit vermakelijke probleem laten zien. Ik vond het in een aprilnummer van het Russische schaak- en damtijdschrift ‘64’ waarop ik in de jaren zeventig van de vorige eeuw geabonneerd was. Gedrukt op één vel goedkoop krantenpapier viel het wekelijks, met het allerlaatste nieuws op onder andere openingsgebied, in de bus. Omdat het maar één vel was moesten eerst alle pagina’s nog losgesneden worden. Met het boekje ‘Russian for the Chessplayer’ in de hand was het commentaar bij de, toen zeer recente, partijen goed te volgen.

Wit geeft mat in twee zetten.

Dat ziet eruit als een onoplosbaar probleem. Wat wit ook doet om de patstelling van de zwarte koning op te lossen, met geen mogelijkheid is zwart daarna op de tweede zet mat te zetten.

Koning Charles III zal daarom ‘out the box’ moeten denken en veel creativiteit aan de dag moeten leggen om dit probleem te tackelen.

Drie hints voor de weg naar de oplossing:

  1. Een aprilnummer, en wel van 1 april.
  2. Zoals in de eerste alinea staat gaat het over Charles II in plaats van Charles III.
  3. Een enorme metamorfose.

 

 

 

 

Oplossing:

Moet in tekst: ik heb nog schaakprogramma gezien waarin ik twee koningen van dezelfde kleur kan zetten.

Wit speelt pion e7 naar e8 en promoveert tot een zwarte koning. Dan is zwart aan zet. De enig mogelijke zet is 1. …, Ke8–d8 en met 2. Dd7 zet wit beide koningen mat.

‘Zit m’n dasje goed…

…zit m’n jasje goed…’ zong Toon Hermans in 1965. In het liedje ‘Vader gaat op stap’ gaan de beginzinnen over de controles die de man doet voordat hij aan het avontuur van een avondje stappen begint. Een ritueel dat begint voor de spiegel om in optimale conditie te zijn.

Wat doen schakers eigenlijk vóórdat ze aan hun avontuur beginnen? Bij het begin van de Keizercompetitie in het nieuwe seizoen een interessante vraag die het seizoen kan maken of breken.
Dat laatste is misschien wat boud gesteld maar ik vermoed dat ook wij ons in meer of mindere mate bezondigen aan rituelen om de kansen op succes te vergroten. Want is het u al eens opgevallen dat sommige clubleden er op de schaakavonden ongeveer net zo uitzien als voorgaande avonden? Zoals bijvoorbeeld Giel S. die vroeger heel vaak in een zelfgebreide trui kwam met daarop de tekst: ‘Giel, the best there is’. Een variatie op een toentertijd bekende reclame slogan. En wat te denken van spelers die vaak op vaste plekken (proberen te) zitten? Ja, die observatie van Kees Kerkdijk was zo slecht nog niet. Dat sommigen hetzelfde pad lopen naar de speelzaal? Schakers die eerst naar de bar gaan en beginnen met hetzelfde drankje? Of die juist linea recta naar de speelzaal lopen en alvast achter een bord gaan zitten? Eerst een paar potjes moeten vluggeren? Steevast te laat komen?
Heeft u zich dan al eens afgevraagd of ze dat bewust doen? Welke verborgen rituele handelingen ze nog meer uitvoeren?

Sinds een aantal jaren is de indeling van tevoren bekend. We weten tegen wie we moeten spelen en met welke kleur. Met die kennis kunnen we ons voorbereiden op de partij. We hebben een beeld voor ogen van de tegenstander. Je hebt een idee over de stijl van de tegenstander, van de zwakke en sterke punten. Een combinatoire speler of juist een meer positionele? Een goede rekenaar? Iemand die gecompliceerde stellingen schuwt en de controle wil houden? Goede kennis van de opening heeft? Slordig in het eindspel is? Deze kennis, en meer, kan bepalen hoe je de partij wilt gaan opzetten.
Maar ook vermoedens van rituelen voor en tijdens de partij bij de tegenstander kunnen een machtig psychologisch wapen zijn. Door observatie is het mogelijk een aantal ervan te ontdekken. Dan kan het ontregelen van een vast patroon de tegenstander een tikje uit het evenwicht brengen. Een paar tikjes zijn misschien al een halve pion waard.

Een voorbeeld: Bij mijn vorige club in Amsterdam (eerst ASC, na de fusie VAS/ASC) was een speler die het stukkendoosje, toen nog met schuif, altijd vlak naast het bord had staan. Alle geslagen stukken, zowel de witte als de zwarte, gingen onmiddellijk in het juiste vakje en met een harde knal werd de schuif dichtgeschoven. Er was duidelijke onrust bij hem te bespeuren als het stuk niet opgeborgen kon worden. Dus zette ik het stuk buiten zijn bereik, maar dat werd na enig loeren en in de loop quasi achteloos toch gepakt en opgeborgen. Een bevriende speler die bij ons aan een toernooi meedeed werd zelf onrustig van het geknal. De tip die ik aan hem doorgaf was een geslagen stuk dan maar in zijn hand te houden. Hij won. Maar kwam wel pas een maand later de dame die hij nog steeds in zijn zak had zitten terugbrengen.

Omdat ik nieuwsgierig ben naar mijn eigen ritueel heb ik in gedachten de dag eens doorgenomen. Onderstaand overzicht is het resultaat. Niet tot in de kleinste details, er moet iets te raden overblijven.
Tegen degenen die het nodig zouden kunnen hebben (en wie is dat niet…) zou ik zeggen: maak er gebruik van. Kijk of, waar en hoe er iets te ontregelen is. Ik hou wel van een (psychologische) uitdaging.

 

Algemeen:

  • Geen alcohol na zondag

’s Morgens:

  • Kleding
  • Combinaties

’s Middags:

  • Hersenboost 1
  • Fysiek, in combinatie met
  • Voorbereiding op de tegenstander
  • Gerichte openingsvoorbereiding

 Begin van de avond:

  • Vast eetpatroon
  • Dubbele espresso
  • Hersenboost 2
  • Pen
  • Notatieboekje

Onderweg:

  • Energieboost 1
  • Energieboost 2

Voor aanvang van de partij:

  • Keuze van de tafel
  • Keuze van de kant van de tafel
  • Stukken netjes
  • Tegenstander prettige partij (géén succes) wensen

Tijdens de partij:

  • Cappuccino om mee te beginnen
  • Géén alcohol

 

Twintig onderdelen waaruit mijn voorbereiding bestaat. Dat geeft te denken. Wat u hieruit in ieder geval kunt afleiden is dat ik de tijd heb, en ook neem, om me op de partij voor te bereiden. Maar heeft het nut, is de prangende vraag.
Een staatje van mijn laatste elf partijen laat het volgende zien:

10-3 24-3 31-3 7-4 21-4 12-5 19-5 2-6 30-6 7-7 14-7
FvdV FK JG FvdV PM HP VB JG TW VB TvR
K17 B ¼ K19 B ½ K21 PO 1 BF1 PO 2 PO 3 BF2 PO 4
Geen alcohol na zondag
Kleding
Combinaties
Hersenboost 1
Fysiek
Voorbereiding op de tegenstander
Gerichte openingsvoorbereiding
Vast eetpatroon
Dubbele espresso
Hersenboost 2
Pen
Notatieboekje
Energieboost 1
Energieboost 2
Keuze van de tafel
Keuze van de kant van de tafel
Alle stukken netjes zetten
Tegenstander alleen leuke partij (géén succes) wensen
Cappuccino om mee te beginnen
Géén alcohol tijdens de partij

Uitslag

1 1 0 1 1 1 1/2 1 1 0 1/2
Aantal vinkjes van 20 20 20 16 20 17 20 16 20 20 16 17

 

Duidelijk toch?! Klip en klaar. Geen twijfel mogelijk. De conclusie kan niet anders zijn dan dat het complete ritueel in mijn voordeel werkt. Want zes partijen met twintig vinkjes die allemaal gewonnen zijn, dat kan toch geen toeval zijn! Die winstpartij met zeventien vinkjes is vanzelfsprekend de uitzondering die de regel bevestigt.

Twee remises en twee nullen, met maximaal zeventien vinkjes. Ook daar is de conclusie duidelijk. Alleen weet ik nog niet zeker welke. Of wil ik er nog niet aan?

Daar kom ik nog op terug.

 

23 augustus 2022

Swindelen 4

Omdat vanavond het seizoen 2022-2023 met de ALV van start gaat hieronder, een dag eerder dan aangekondigd, het vierde en laatste artikel over de kunst van het swindelen. In deze handout van de training, in het vorig seizoen voorafgaand aan de rapid, wordt nader ingegaan op de ‘drie vragen techniek’ en welke soorten swindels goed werken bij een specifieke gemoedstoestand van de tegenstander.

 

Wanneer je op basis van voorgaande vastbesloten bent zo goed mogelijk gebruik te maken van je defensieve mogelijkheden maar niet goed weet hoe, komt de techniek van de ‘drie vragen’ van pas.

 

  1. DE ‘DRIE VRAGEN TECHNIEK’

De drie vragen zijn:

  1. Wat is mijn tegenstander van plan?
    Dit kan inzicht geven in de instelling die de tegenstander heeft. Mogelijk ook inzicht in welke zwaktes uit te buiten zijn. Is er sprake van controledwang, de stelling rustig uitspelen? Wil de tegenstander het ‘mooi doen’? Dan is er misschien sprake van overmoed. Of snel klaar zijn: ongeduld.
  2. Hoe gaat mijn tegenstander dat plan uitvoeren?
    De tweede vraag gaat over de details van de strategie van de tegenstander en geeft handvatten om dat plan te frustreren.
  3. Wat is er goed aan mijn stelling?
    De eerste twee vragen geven inzicht in wat er in het hoofd van de tegenstander zou kunnen omgaan. Maar een swindel is meer dan alleen het zoeken naar de zwakke punten van de tegenstander. We moeten ook de eigen sterke punten weten.

Eerste voorbeeld:

 

Nog een voorbeeld van het zoeken naar een verdediging met behulp van de drie vragen.

 

De derde vraag is nuttig omdat je ermee kunt bekijken wat je zou kunnen helpen, hoe slecht je stelling ook is. Het kan van alles zijn, bijvoorbeeld:

  • De koning van de tegenstander staat slecht.
  • Je stukken staan actiever.
  • Je bent aan de ene kant van het bord beter ontwikkeld, dan val je daar aan.
  • Je kunt koersen op een theoretisch remise-eindspel.
  • Is er in het eindspel een mogelijkheid voor een vesting?
  • Als je stukken ‘vast’ staan, is er een mogelijkheid op pat?

Kijk daarom niet naar hoe je tegenstander gaat winnen maar steek je energie in het zoeken naar een val die je kunt stellen op de zet die je verwacht. Vraag jezelf af welke zet je zelf het vervelendst zou vinden om tegen te spelen. Horowitz en Reinfeld onderscheiden een maximaal en een minimaal doel van een swindel. Het maximale doel is het omzetten van verlies in winst. Wat je in ieder geval minimaal moet doen is het de tegenstander zo lastig mogelijk maken, te compliceren, obscure varianten te kiezen en de tegenstander aan het twijfelen te brengen over de beoordeling van de stelling. Laat merken dat je niet van plan bent het bijltje er zo maar bij neer te gooien.

 

DE GEREEDSCHAPSKIST

De vorige keren zijn de gemoedstoestanden waar volgens Smerdon gebruik van gemaakt kan worden om te swindelen zijn aan de orde gekomen. Recapitulerend: ongeduld, overmoed, angst en controledwang. Elke zwakte heeft zo zijn eigen soort val die de meeste kans van slagen heeft:

  1. Het Trojaans paard (Smerdon: Trojan Horse)  werkt bij ongeduld
  2. Het lokaas (Smerdon: Decoy Trap) werkt bij overmoed
  3. De woeste aanval (Smerdon: Berserk Attack)  werkt bij angst
  4. Het geitenpaadje (Smerdon: Window-Ledging) werkt bij controledwang

Belangrijk hierbij is de tegenstander te ‘lezen’, in welke gemoedstoestand verkeert hij (of zij)? Hoe interessant ook, er is nu geen gelegenheid daar dieper op in te gaan.

Hierna van elk een korte toelichting en voorbeeld.

 

1. HET TROJAANS PAARD

Het doel van de swindelaar is de tegenstander te verleiden een blunder te maken. Dat kan door te frustreren, te compliceren, door te gaan tot het uiterste, hem uit zijn normale gedachtegang te halen. Als er sprake is van ‘ongeduld’ is het beter juist te geven wat hij wil, met hem mee te gaan en te verleiden tot een ogenschijnlijk snelle, maar foutieve, afwikkeling.

 

2. HET LOKAAS

Deze val werkt het beste bij een tegenstander die leidt aan ‘overmoed’. De swindelaar speelt een zet die een overduidelijke dreiging heeft maar op het eerste gezicht makkelijk te pareren is. Het ‘lokaas’ heeft echter een diepere laag die door de ogenschijnlijke dreiging makkelijk over het hoofd te zien is. Wanneer de tegenstander overmoedig is en denkt dat het nu wel gauw uit is is vatbaar voor dit soort swindel.

 

Een ander voorbeeld:

 

Analyse

Wat zou er gebeuren als wit het mat met 59. Pxd6 had opgeheven?

 

Hoe kan wit wel winnen?

 

3. DE WOESTE AANVAL

Wanneer je een verloren stelling hebt maakt het niet meer uit wat je doet. Wanneer de tegenstander voorzichtig speelt en je de indruk hebt dat hij bang is fouten te maken is het in dat geval goed om helemaal los te gaan en alles op de aanval te zetten. Er is toch niets meer te verliezen.

Anderzijds is het vaak verstandig niet direct alle kaarten op tafel te leggen maar ze nog even tegen de borst te houden en zo niet opzichtig te laten zien wat je van plan bent.

Voorbeeld:

 

4. HET GEITENPAADJE

De tegenstander koerst langzaam maar zeker af op de overwinning, heeft alles onder controle. Wat dan nodig is is het aantal mogelijkheden te vergroten. Verander de stelling zo dat beide partijen fouten kunnen maken. Maak het de tegenstander zo moeilijk mogelijk om uit de vele mogelijkheden de juiste weg te vinden. Creëer zoveel chaos dat er veel te kiezen is. Zoek zelf naar het smalle pad uit de chaos die gecreëerd is.

Zoals Tal het formuleerde: ‘Lok je tegenstander mee, diep een donker bos in waar twee plus twee vijf is en de weg naar buiten maar net breed genoeg is voor één persoon.’

Het opzetten van deze val kan vooral effectief zijn wanneer de tegenstander in tijdnood is. Elke zet moet dan zo nauwkeurig mogelijk zijn maar de kans op fouten is groot.

 

Geraadpleegde boeken

Smerdon, David The Complete Chess Swindler New in Chess 2020
Smerdon vindt dat swindelen te trainen is. In dit boek probeert hij de techniek van het swindelen te vangen. Zeer lezenswaardig en amusant!
Soltis, Andrew How to Swindle in Chess Batsford 2020
Soltis probeert ook het hoe van het swindelen inzichtelijk te maken maar doet dat minder systematisch dan Smerdon.

Opvallend dat beide boeken bij verschillende uitgevers vrijwel gelijk zijn uitgegeven. Er is overlap in partijen maar niet veel zodat de boeken elkaar goed aanvullen.

 

Een greep uit andere boeken over en met swindels:

Horowitz, I. & Reinfeld, F. Chess Traps Pitfalls Swindles Simon & Schuster 1954
Mortazavi, Ali The Fine Art of Swindling Cadogan Chess 1996
Neiman, Emmanuel The Magnus Method New in Chess 2021
Delft, Merijn van & Boel, Peter Chess Buccaneer New in Chess 2021

 

 

Swindelen 3

In dit derde deel iets over de mentale instelling die de swindelaar nodig heeft en de eerste drie elementen van hoe swindelen te trainen is.

 

De mentale instelling van de swindelaar

Hiervoor hebben we het gehad over de mentale instelling van de beswindelde en de zwaktes waarvan geprofiteerd kan worden. Welke kracht kan de swindelaar daar tegenover stellen? Het meest belangrijke is dat de swindelaar een meer dan gruwelijke hekel aan verliezen heeft.
Dat hebben we allemaal maar sommigen van ons meer dan anderen.

Twee eigenschappen springen in het oog:

  1. Lef
  2. Optimisme

1. LEF

Lef heeft ook passie en vasthoudendheid nodig. Niet opgeven wanneer de stelling hopeloos lijkt. Zoeken naar mogelijkheden om een saaie stelling nieuw leven in te blazen. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze persoonlijkheidstrek een goede graadmeter is voor het voorspellen van succes. In het schaken betekent dat: lef redt punten.

Een voorbeeld van vasthoudendheid:

Deze stelling is ontstaan na 77 zetten. Het is mat in 15 zetten, zegt de computer maar als mens hebben we daar niet veel aan. Het lukt wit maar niet het juiste plan te vinden. Dat frustreert steeds meer en wit mist meerdere keren de winst. Zwart maakt daarvan optimaal gebruik en gebruikt patmotieven om een half punt te redden.

 

Op de 103e zet stelt zwart een laatste val:

 

 2. OPTIMISME

Optimisme is een essentieel wapen in het arsenaal van de swindelaar. Het dient twee doelen. Ten eerste is het veel gemakkelijker lef en vasthoudendheid te tonen als je erin gelooft dat je kansen op succes goed zijn. En ten tweede is een optimistische houding niet bevorderlijk voor de gemoedstoestand van de tegenstander die verwacht dat je wel snel zult opgeven. Wat de swindelaar wil bereiken is dat de tegenstander aan zichzelf gaat twijfelen (‘heb ik alles wel gezien’). Niet goed voor de concentratie, ongeduld en overmoed liggen op de loer. Nederlands voorbeeld: Manuel Bosboom die erom bekend staat zetten te spelen alsof ze de meest briljante zijn, hoeveel hij ook achter staat. Lees zijn biografie ‘Chess Buccaneer’, geschreven door Merijn van Delft en Peter Boel.

Wie zou na vier zetten niet de neiging hebben om op te geven? Deze partij laat zien dat optimisme kan lonen. Zeker in combinatie met swindelkwaliteiten.

 

Training van het swindelen

Lef en optimisme zijn dus belangrijke factoren. Aan de hoeveelheid talent kunnen we, net als aan de hoogte van het IQ, maar weinig veranderen. Persoonlijkheidstrekken zoals vasthoudendheid en positiviteit zijn wel degelijk te ontwikkelen. Er zijn trucs die we tijdens een partij kunnen toepassen om meer lef te hebben en optimistischer te zijn. Of dat in ieder geval naar de tegenstander uit te stralen.

Vier elementen:

  1. Opnieuw beginnen
  2. De wonderen zijn de wereld nog niet uit
  3. De theorie van de ‘oneindige weerstand’
  4. De ‘drie vragen techniek’

 

1. OPNIEUW BEGINNEN

Als je compleet verloren staat is de verleiding om o; te geven en er maar vanaf te zijn groot. Dat is het moment waarop je tegen jezelf moet zeggen dat de verwachting is dat je een nul gaat scoren. Maar alles wat het meer is, is winst. Bekijk het van de optimistische kant! Al is het alleen maar het genoegen om je tegenstander te zien zweten omdat er nog gespeeld moet worden. Of om gekke zetten te spelen omdat je toch niets te verliezen hebt. Geniet van het feit dat het toch niet uitmaakt wat je speelt.

In het laatste voorbeeld is 5. b4! een lekkere zet om te spelen, 12. Lxh7 ook. Een verloren stelling en doorklooien.

Belangrijk is te beseffen dat er niets meer op het spel staat. Het is vaak voorgekomen dat spelers zelfs in gewonnen stellingen hebben opgegeven omdat ze er niet meer in geloofden en in gedachten al opgegeven hadden. Naast heel veel ander vermakelijks heeft Tim Krabbé heeft er 35 op zijn website staan: https://timkr.home.xs4all.nl/chess2/resigntxt.htm

De belangrijke les is dat wanneer je ervan overtuigd bent dat je gaat verliezen ben je niet langer gemotiveerd om naar een eventuele verdediging te kijken. Daardoor kun je mogelijkheden voor een succesvolle swindel over het hoofd zien. Om te onthouden: er is (bijna) altijd wel een mogelijkheid om te swindelen of het je tegenstander op zijn minst zo moeilijk mogelijk te maken.

Dit voorbeeld, een partij tussen twee van de sterkste rapidspelers van de wereld, is een mooi voorbeeld van een gemiste mogelijkheid voor een swindel.

 

 2. DE WONDEREN ZIJN DE WERELD NOG NIET UIT

Als de stelling er uitzichtloos uitziet bedenk dan dat de meest fantastische swindel enkel en alleen maar kan in een in een hopeloze stelling! Het is nu eenmaal zo dat wanneer je verloren stellingen opgeeft je nooit meer zult scoren dan nul punten.

 

3. DE  THEORIE VAN DE ONEINDIGE WEERSTAND

Deze theorie, van de Australische FM Bill Jordan, stelt:

In de meeste stellingen waarin je een beslissend nadeel hebt zul je niet verliezen wanneer je op elke volgende zet de meest lastigste zetten speelt.

Dit gaat niet persé over swindelen maar benadrukt dat, zoals Lasker zei, niets moeilijker is dan het winnen van een gewonnen stelling.